Contrasten

13 januari 2020

Uitziend naar mijn volgende bezoek aan Malawi, realiseer ik me voor me zoveelste keer de contrasten tussen onze ‘rijkdom’ en de ‘armoede’ in Malawi. Niet voor niets schrijf ik dit tussen aanhalingstekens!

Als ik uit het vliegtuig stap op Chileka airport, ongeveer een uurtje rijden van de plaats waar de For a Change-mensen wonen, ‘ruik’ ik Malawi en ‘voel’ ik dat het zo anders is dan in mijn thuisland.

Natuurlijk wil ik niet doen alsof het in Malawi ‘alles’ is en er in Nederland niets klopt, maar de hoge werkdruk en alles daar omheen ervaar ik in Malawi niet. En verder... het is als het ware een andere wereld waar je in terecht komt.

De arme mensen ‘geven’, ook al hebben ze bijna niets. Gelukkig zijn er in Nederland ook veel mensen die ‘geven’, maar dat is vaak van onze overvloed.

Behulpzaam zijn de mensen in Malawi zeker. Dat ervaar ik als ik op het vliegveld aankom. Altijd zijn er mensen die je koffer willen dragen. En natuurlijk snap ik dan dat er iets achter zit, want als ‘azungu’ (blanke) ben ik als het ware een wandelende portemonnee. Dat is op de markt ook zo. Altijd is er wel een jongen die naar me toekomt om mijn zak met rijst of mais te dragen en dan natuurlijk ook verwacht dat ik daarna mijn portemonnee te voorschijn haal. En, ik snap het... Wat zou ik doen als ik niets zou hebben? En tegelijk komt dan de vraag naar boven: Wat doe ik als ik wel rijk gezegend ben en mogelijkheden heb om onze naaste te helpen? Ook al moet ik daar dan zelf wat voor inleveren of mogelijk net iets minder doen dan ik gewend ben. Ik moet eerlijk zeggen: Daar schiet ik in te kort...

En dan kom ik ’s zondags in de kerk. Als de voorganger gaat bidden, begint hij met God te danken voor het goede leven. Nu zitten er niet uitsluitend arme mensen in de kerk, maar toch... Danken voor het goede leven terwijl het vaak best moeilijk is (tenminste als we het met onze omstandigheden vergelijken). Wij zitten in de kerk op comfortabele banken of stoelen. In Malawi heb ik meerdere keren op een betonnen verhoging gezeten, echt wat minder comfortabel. Maar dan kom ik er toch weer achter dat het daar, zeker in de kerk, nou juist niet om gaat. Dan durf ik het ook te vergelijken met wat ik in onze kerken hoor: Heere geeft U ‘dit’ en wilt U ‘dat’, en heel vaak mis ik de woorden: ‘Dank U wel’. Voor mij was het een eye-opener!

En daarom zeg ik: “Dank U wel Heere, dat U mij de mogelijkheid en de middelen geeft om binnenkort weer in Malawi te zijn!” Sub Conditione Jacobi