Meer keuze, minder waardering?

9 juli 2026

Elke keer als ik vanuit Malawi met verlof ga naar Nederland, kijk ik uit naar bepaalde dingen. Dingen die voor veel mensen hier zo vanzelfsprekend lijken. Familie en vrienden weer zien, op de fiets stappen, een warme douche nemen en boodschappen doen zonder eerst te hoeven bedenken of iets wel verkrijgbaar zal zijn.

Na maanden in Malawi voelt Nederland soms als een land waar alles altijd werkt. De elektriciteit valt niet uit. Als je moet tanken, is er brandstof. En als je een verjaardag wilt vieren, hoef je niet dagen van tevoren te plannen hoe je alle hapjes zelf gaat maken. Je loopt simpelweg de supermarkt binnen en alles wat je nodig hebt ligt er al. En, ook niet onbelangrijk, de gezondheidszorg is hier over het algemeen echt goed geregeld.

Voor mijn verlof zag ik echt wel uit naar veel van deze dingen. Vooral even geen elektriciteit die steeds uitvalt, daar zag ik echt naar uit. En geen lange rijen om te kunnen tanken. En ja, ik geniet er ook echt wel van. Ik geniet van de stabiliteit, de gemakzucht die soms mogelijk is en de vrijheid om niet voortdurend vooruit te hoeven denken.

Maar tegelijkertijd merk ik dat er iets anders gebeurt. De overvloed went snel.

De eerste keer dat ik weer door een Nederlandse supermarkt liep, keek ik mijn ogen uit. Zoveel soorten brood, yoghurt, kaas en snacks. Maar na een tijdje wordt al die keuze weer normaal. Sterker nog, soms maakt het kiezen alleen maar lastiger.

Het leven in Malawi heeft mij geleerd dat waardering vaak groeit wanneer dingen niet vanzelfsprekend zijn.

Daar kan een werkende stroomvoorziening reden zijn voor blijdschap. Een tankstation dat brandstof heeft. Een maaltijd die gedeeld wordt met vrienden. Een onverwacht bezoek. Iemand die kaas uit Nederland voor ons meebrengt. Kleine dingen krijgen meer waarde omdat je weet dat ze niet gegarandeerd zijn.

Dat betekent niet dat armoede iets moois is of dat moeilijke omstandigheden wenselijk zijn. Natuurlijk niet. Maar het heeft mij wel geleerd hoe gemakkelijk we wennen aan de zegeningen die we dagelijks ontvangen.

Juist nu ik weer in Nederland ben, realiseer ik me hoeveel dingen ik normaal gesproken als vanzelfsprekend beschouw. En hoe bijzonder dat eigenlijk is.

We zijn als mensen geneigd om steeds te kijken naar wat we nog niet hebben. Naar meer comfort, meer keuze en meer mogelijkheden. Ons hart is vaak sneller gericht op wat ontbreekt dan op wat we al ontvangen hebben. Terwijl juist iedere goede gave uit Gods hand komt. Echte dankbaarheid ontstaat daarom niet wanneer we steeds meer krijgen, maar wanneer de Heere onze ogen opent voor de zegeningen die Hij dagelijks geeft.

Want uiteindelijk zijn het niet de grootste dingen die ons gelukkig maken, maar vaak de dingen die we het snelst vanzelfsprekend vinden. Malawi houdt mij daarin telkens weer een spiegel voor. Het herinnert mij eraan dat Gods dagelijkse zorg overal zichtbaar is, als we er oog voor krijgen. In een maaltijd op tafel. In mensen om je heen. In gezondheid. In een veilige plek om te wonen. Naar de kerk te kunnen. En misschien is dat wel één van de grootste lessen van dankbaarheid: niet steeds zoeken naar meer, maar leren zien hoeveel we al ontvangen hebben.