De innerlijke reis van leiderschap en geloof
21 april 2026
Als mede-directeur van een NGO die in Afrika woont en werkt, is onzekerheid geen abstract begrip — het is onderdeel van het dagelijks leven. Sommige ochtenden beginnen zonder elektriciteit, andere zonder stromend water. Plannen worden gemaakt en vervolgens snel weer aangepast. Je leert vooruit te blijven gaan, zelfs wanneer de omgeving om je heen onvoorspelbaar is.
In veel opzichten weerspiegelt deze uiterlijke realiteit de innerlijke reis van leiderschap en geloof. Er zijn dagen waarop alles op zijn plek lijkt te vallen. De missie van de organisatie is duidelijk, het team is gemotiveerd en ik voel me diep verbonden met zowel mijn werk als mijn christelijke roeping. Op zulke momenten weet ik zeker dat ik precies ben waar ik moet zijn. De uitdagingen voelen zinvol, zelfs als ze moeilijk zijn.
Maar net als het plotseling wegvallen van stroom of water — het gebrek aan brandstof, de overal verspreide kuilen in de weg, de vele telefoontjes uit alle hoeken van het land met verzoeken om hulp — kan ook twijfel onverwachts toeslaan. Er moet een beslissing worden genomen, misschien over financiering, samenwerkingen of de richting van een project, en ineens begint de zekerheid die ik eerst voelde te wankelen. Als mede-directeur wordt er van mij verwacht dat ik antwoorden heb, dat ik anderen met vertrouwen leidt. Maar van binnen worstel ik met vragen. Maak ik de juiste keuze? Is dit echt in lijn met Gods wil, of reageer ik simpelweg op druk en noodzaak?
Leven in een omgeving waarin basisvoorzieningen onbetrouwbaar zijn, leert je veerkracht, maar het laat ook zien hoe weinig controle we werkelijk hebben. Hoe goed je ook plant, er kan altijd iets onverwachts gebeuren dat alles verstoort. In leiderschap is dat niet anders. Je kunt je voorbereiden, bidden en wijsheid zoeken, maar onzekerheid vindt toch zijn weg. Wat het nog complexer maakt, is dat mijn passie niet verdwenen is. Ik geef nog steeds om het werk dat we doen. Ik voel me nog steeds geroepen om te dienen. Die roeping is echt, maar soms voelt ze verweven met verwarring. Het is moeilijk om overtuiging en twijfel tegelijk vast te houden.
En toch herinnert mijn christelijke geloof mij eraan dat vertrouwen niet wordt opgebouwd onder perfecte omstandigheden. Geloof gaat niet over constante duidelijkheid — het gaat erom dat je doorgaat, ook wanneer die duidelijkheid ontbreekt. Net zoals we ons aanpassen aan een leven zonder gegarandeerde elektriciteit of water, leer ik me ook geestelijk aan te passen: om God te vertrouwen, niet alleen in momenten van zekerheid, maar juist ook in tijden van verstoring.
Misschien wordt juist daar mijn roeping het meest gevormd — niet wanneer alles goed gaat, maar in de momenten waarop alles onzeker voelt. Want zowel in het leven als in leiderschap hier wacht je niet op perfecte omstandigheden om vooruit te gaan. Je gaat tóch vooruit, in het vertrouwen dat zelfs in de onderbrekingen een doel schuilt.

